Moeten we ons schuldig voelen als we bij Primark shoppen?

De inflatie is hoog. Veel consumptiegoederen worden duurder. Tegelijk zijn kleren nooit zo goedkoop geweest. Wat betekent het om in deze tijd in winkels als Primark of H&M je slag te slaan?

Revenge spending. Wraakshoppen. Zo noemt professor consumentengedrag Malaika Brengman een kortstondige trend die ze zag na de coronacrisis het onlangs in Knack. Of ook wel: ‘de schade van de afgelopen twee jaar inhalen’.

‘Alsof er nooit een pandemie geweest is.’ Zo omschreef een van mijn beste vrienden, die bij een grootwarenhuis op de Antwerpse Meir werkt, de mensenmassa in misschien wel de bekendste winkelstraat van het land. Nieuwsmedia beschreven een ‘overrompeling’ bij kledingketens. Vooral goedkope winkels waren het slachtoffer, of zeg maar de winnaar, van onze drang naar “wraakzuchtig” shoppen als vanouds. De prijsknaller Primark haalde, ook zoals vanouds, de krantenkoppen. Hadden we de T-shirts van drie euro zo erg gemist dat een massale terugkeer naar de consumptiehemel gepast is?

Alsof er nooit een pandemie geweest is. Zo voelt het dit voorjaar van 2022 wel degelijk aan. De maskers vallen af. De mondmaskers, maar ook onze neiging om te vervallen in oude gewoontes. De verstilling waarvan sprake tijdens de pandemie lijkt veraf. De Primarks van deze wereld blijven klanten lokken, ondanks de profetieën van futuristen en modetheoretici zoals de Nederlandse trendvoorspeller Lidewij Edelkoort. ‘Waar hebben we al die shit voor nodig?’, stelde ze kras in een VPRO-programma Tegenlicht. De Nederlandse redactie zocht haar op in Kaapstad, waar ze de pandemie doorbracht. Diezelfde coronacrisis noemde ze ‘een unieke kans om anders te produceren, dichter bij huis te produceren’. De vraag die de tv-journalist niet stelde: en wat mag dat kosten, zo’n lokaal geproduceerde collectie?

‘In plaats van veel kleren te kopen, hebben veel mensen nu liever een paar duurzame en misschien ook duurzame stukken’, gaat Brengman in Knack verder over een verandering in consumptiegedrag tijdens de pandemie. Maar na de ene crisis volgt de andere: gezien de torenhoge inflatie krijgen steeds meer mensen het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Het artikel waarin de professor consumentengedrag geciteerd wordt, krijgt als titel: ‘De modesector stevent op een drama af’. Duurzame, duurdere stukken? Dat zit er de komende maanden niet in, observeren de journalisten op basis van hun interviews. De inflatie is zo hoog dat 42 procent van de consumenten bespaart op kleding, lees ik op de cover van het weekblad. Vandaar: ‘een drama’ voor de sector. ‘Ik vermoed dat de trend van revenge spending nu wel gauw zal stilvallen’, observeert Brengman.

In modeland is het laatste woord over dure en goedkope kledij nog niet gezegd. Om nog maar te zwijgen over het debat of het ene nu werkelijke duurzamer is dan het andere: het is niet omdat het merk prestigieuzer en het prijskaartje hoger is, dat de productieomstandigheden zoveel beter zijn.

(…)

De limieten van “stemmen met je portemonnee”

Kleding kiezen en kopen is geen zwart-wit gegeven. Alleen is dat een moeilijkere, meer genuanceerde boodschap om te brengen dan de meeste organisaties die oproepen tot een ware moderevolutie.

Actievoerders en schrijvers, mezelf incluis, hameren er al jaar en dag op dat je “beter” kan shoppen. Dat is, zo luidt de theorie, beter voor het milieu, dat ten onder gaat aan overproductie, en ook voor de mensen, want in de kledingindustrie komen massaal arbeidsrechtenschendingen voor. Tot 2020 was de meest herhaalde slagzin in debatten die ik leidde en interviews die ik voerde het idee dat je kan “stemmen met je portemonnee”. Want als een fastfashionmerk met een schadelijke reputatie, zoals de prijsknaller die hier al enkele keer genoemd is, je niet zint, tja, dan moet je er gewoon niet meer komen en al zeker niet meer kopen. Is het wel zo simpel uit te leggen? Of is er meer aan de hand?

In de periode van verstilling die de pandemie ook was, sijpelde er een andere gedachtegang door: dat we meer zijn dan onze portemonnee. ‘In plaats van consumenten zijn we burgers’, zegt een Britse journalist mij als ik de kans krijg om haar te interviewen in haar thuisstad Londen. Ook Tansy Hoskins, zo heet de journalist, heeft pas een boek uit, Foot Work heet het, over de staat van de schoenenindustrie. ‘Ik heb er geen probleem mee dat mensen de meest ethische beslissing nemen die ze zich kunnen veroorloven. Leuk als je dat kan! Doe gerust! Maar laat het daar niet bij. Er zijn eindeloos veel mogelijkheden om de wereld te veranderen, niet alleen je garderobe.’

Hoskins ziet haar medemensen niet als consumenten die “stemmen met hun portemonnee” maar als politieke wezens, die kunnen stemmen in de traditionele zin van het woord. Of hun stem verheffen waar nodig. ‘Veel merken hebben hun hoofdkantoor in Europa. Als je met vragen zit over een aankoop, kan je daar aankloppen. Je kan lezen en bijleren. Neem een boek, bekijk een documentaire. En luister bovenal naar de stem van arbeiders in het Globale Zuiden. Wat hebben zij nodig? Hoe helpen we hen echt?’

Over shoppen en privileges schreef ik een artikel voor Sociaal.Net: https://sociaal.net/achtergrond/moet-je-je-schuldig-voelen-als-je-bij-primark-shopt/

Net nadat dit artikel ter perse ging, heb ik (eindelijk) Consumed van Aja Barber uit. Ook de auteur spreekt over privileges en stemmen met je portemonnee. ‘Wij kunnen deze keuze maken, anderen kunnen dat misschien niet. Dus laten we niet anderen met de vinger wijzen voor dit systeem, want de kans is groot dat zij – door hun beperkte koopkracht – een stuk duurzamer dan wij door het leven gaan.’

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.