Een betere textielindustrie na corona: hoe dan?

Wat is de impact van COVID-19 op de toekomst van textiel? Die vraag stelde ik mijn halve adresboek. In deel één mogen ze dromen. Dit is hun best case scenario.

Caro Peirs (duurzaam ontwerper, Tropas): ‘People before profit, voor echt

‘Ik geloof sterk in mensen verantwoordelijkheid geven en niet langer uitgaan vaan een competitieve (markt)gedachte. En eigenlijk was dit al aan de gang: kleinschalig, lokaal en experimenteel. We ondernemen meer samen, we stellen ons open-minded op en zien meerwaarde in samenwerken, we delen ervaring en expertise … Samen sterk. Er is plaats genoeg voor iedereen. We’re in this together. Tous ensemble. Hopelijk duurt deze solidariteit langer dan bij het WK. Hopelijk is de shock van de crisis groot en diepgaand genoeg om impact te genereren en wortels te bieden aan een beweging van constructieve en moedige verandering.’

‘Deze crisis brengt problemen en wanverhoudingen aan het licht die er voorheen al waren. De coronacrisis is een crisis bovenop al bestaande crisissen die misschien tot voor kort – met al de moeite van de wereld – verborgen of bedekt bleven. Nu niet meer. Alles komt naar boven en ligt bloot. Na de eerste shock en tristesse, vragen we ons af: wat doen we hiermee? Hoe lossen we die problemen op? Dat lijkt zo ingewikkeld en complex dat je ontmoedigd geraakt als je het wil ontrafelen. Toch is de oplossing eenvoudig: people before profit, maar dan echt deze keer. Er is geld genoeg in de wereld: het moet gewoon juist verdeeld worden.’

Adriana Marina (sociaal ondernemer en oprichter HechoXNosotros en Animaná): ‘Investering in een betere toekomst’

‘Mensenlevens zijn meer waard dan die paar dollars of euro’s die we kunnen uitsparen door spotgoedkope kledij te kopen. De mode-industrie zou kunnen verhuizen, dichter naar waar de grondstoffen vandaan komen. Dat is beter dan dat een kledingstuk de hele wereld rondgaat, waardoor transparantie onmogelijk wordt. In zo’n regionale waardeketen worden leefbare lonen betaald. We zien in dat het gebruik van chemicaliën en zware metalen in de mode-industrie, zoals nu vaak voorkomt, een rechtstreekse impact heeft op het milieu. Samen gaan we op zoek naar schonere, beter materialen. Kleine, lokale merken kunnen doorbreken als we de grote ketens die de markt overheersen niet langer ondersteunen. Ons geld moet een investering zijn in een betere toekomst. Dat kan door andere keuzes te maken, andere kleren te dragen. Merken die schulden gemaakt hebben door verschillende schakels in de keten niet te vergoeden, zullen gedwongen worden om hun leveranciers alsnog uit te betalen.’

Jan Orbie (directeur van het Centrum voor EU-studies, UGent): ‘Minder consumptie, meer rechtvaardigheid’

‘Deze crisis illustreert de perverse afhankelijkheid van miljoenen textielarbeiders in het zuiden van onze enorme markt en consumptiedrift. Dat we mensen aan een hongerloon laten werken was al erg genoeg, en nu blijkt dat we zelfs dat makkelijk kunnen afnemen. Het utopische scenario is dat deze crisis een aantal fundamentele pijnpunten blootlegt van de huidige textielindustrie, en bij uitbreiding van het wereldwijde economische systeem. Dat schept ruimte voor alternatieve paradigma’s om door te breken. De EU zou de leiding kunnen nemen in internationale handelsbesprekingen over een meer rechtvaardig handelssysteem. Het zou ook het voortouw kunnen nemen in een ambitieus en bindend VN-akkoord over Transnationale Bedrijven en Mensenrechten, gesprekken die in 2014 opgestart werden.’

‘In afwachting kan de EU met een aantal maatregelen ook zelf het goede voorbeeld geven. Bijvoorbeeld, door de verantwoordelijkheid over problematische bedrijfsactiviteiten niet langer te externaliseren naar derde landen. De EU zou het strafbaar kunnen maken om producten te verkopen (importeren en verspreiden op de Europese markt) die gepaard gegaan zijn met ernstige en systematische schendingen van mensenrechten en milieuconventies. Europese bedrijven gaan in zo’n scenario voorzichtiger worden. Ofwel gaan ze mistoestanden actief moeten opvolgen, wat tijd, geld en moeite kost. Ofwel gaan ze de waardeketens inkorten zodat de controle makkelijker wordt. In beide gevallen gaat de handel verminderen en wellicht worden textielproducten ook duurder.’

‘Dit alles leidt tot minder consumptie. Hoewel dat geen doel op zich is, hoeft het ook geen probleem te zijn voor wat betreft textiel. Het huidige economische systeem heeft geleid tot schandalig lage prijzen voor textiel en kledij – dit omdat een aantal menselijke en milieukosten niet ingerekend zijn. Kleinschalige winkels in Europa, voor wie het nu ook al concurreren is op het scherp van de snee, krijgen misschien zelfs meer marge. En als de crisis één iets aangetoond heeft, dan is het dat we het ook wel redden zonder wekelijks een nieuw stuk kledij te kopen (zogenaamde “wegwerpkledij”). En “wraakshoppen” of “funshoppen” in de C&A is toch net iets minder plezant wanneer we weten dat deze industrie steunt op een afhankelijkheid en uitbuiting van “wegwerpmensen”.’

Siel Vandamme (duurzame retailer, Just Hazel): ‘Nu niet wegtrekken uit het Zuiden’

‘Nu, meer dan ooit, is het het moment om de textielindustrie in landen als India en Bangladesh te verduurzamen. We zien dat er nu redelijk wat textiel vastzit bij de douane daar. Je zou kunnen zeggen dat we die leveranciers eigenlijk zouden kunnen laten vallen in de toekomst en in de plaats nog meer focussen op lokale consumptie. Voor ons is dat geen oplossing, of toch zeker nog veel te vroeg. Er is al zo’n grote textiel industrie opgezet in landen zoals India en Bangladesh dat nu wegtrekken meer kwaad dan goed zou doen. Je ziet het al bij die grote ketens die die fabrieken gewoon laten vallen zonder enige compensatie, dat is onaanvaardbaar. Het is daarom nu meer dan ooit het moment om die bestaande industrieën te verduurzamen. We hameren op een mix van lokaal, ecologisch, fairtrade en tweedehands. De partners in het Zuiden hebben ons ook nodig.’

‘Wat daar hopelijk mee gepaard gaat is dat mensen nu gezien hebben dat ze met minder tevreden kunnen zijn, dat ze bewuster kunnen shoppen. Minder maar beter. Misschien hebben ze gezien dat minder keuze ook leidt tot minder impulsaankopen? Misschien hebben ze op hun wandelingen door Gent eens niet gewoon blindelings de Veldstraat gevolgd, maar ook de kleine winkeltjes hebben opgemerkt en onthouden. Op die manier zou een toekomst naar een faire, eco, duurzame wereld misschien wel mogelijk zijn.’

Monica Titton (socioloog, modetheoreticus en oprichter van de Fashion In Crisis Reading Group): ‘Een nieuwe, solidaire wereld’

‘Ik ben fan van utopieën. Ik hoop van harte dat een van de neveneffecten van deze pandemie een nieuwe wereldorde is. A new global geopolitical order, in which humanity comes to terms with the fact that solidarity and friendship are as contagious as the covid-19 virus.’

‘Nationale grenzen hebben hun betekenis verloren tijdens deze pandemie. Als gevolg daarvan kan internationale handel herbronnen volgens post-growth principes, waarin welzijn niet gemeten wordt aan de hand van economische groei maar aan de hand van gelijkheid tussen alle levende wezens op deze aarde. Deze wereld heeft al genoeg kleren. De mode-industrie kan ophouden met de productie van nieuwe kleren, en ook de verkoop is niet meer nodig. Wat het wel nog doet, is nieuwe beelden, nieuwe visuals produceren. Design blijft belangrijk: het is aan ontwerpers om strategieën te bedenken om iets nieuws te maken uit wat we al hebben. Zo behoudt mode zijn sociale functie, zonder deze planeet – en de arbeiders die onze kleren maken – nog kwaad te doen. Misschien klinkt dit onnozel. De kern van mijn betoog is dat de mode-industrie zodanig veel restricties moet opgelegd worden dat het niet meer winstgevend is om kledij te produceren. De luxemode kan overleven, maar het fast fashion-model moet volgens mij ineenkrimpen.’

Nazma Akter (oprichter AWAJ Foundation en voormalig kindarbeidster in Bangladesh): ‘Europa moet nu optreden’

‘Betere prijzen, betere lonen. Dat hebben we nodig. Daar is nieuwe wetgeving voor nodig, op lokaal, globaal en Europees vlak. Europa neemt 70 procent van de kleren uit Bangladesh af, zij moeten nu hun steentje bijdragen en bedrijven straffen die arbeidsrechten niet respecteren. Merken moeten nu hun orders betalen, willen arbeiders de komende tijd rondkomen. Stop met korting vragen op leveringen. Het resultaat is dat ook arbeiders “kortingen” krijgen op hun loon: in april zijn ze slechts 60 procent betaald van wat ze normaal verdienen. Dat is niet genoeg. Er is meer nodig. Zowel de Europese merken als de Europese overheden moeten meer doen voor ons.’

Tatiana De Wée (coördinator Fashion Revolution): ‘We worden gedwongen om te vertragen’

‘Als ik echt mag dromen, is de transitie naar een duurzame en faire modewereld gezet. Wij, als consumenten, worden gedwongen te vertragen. Ook met mode is dit het geval: slow fashion tegen eerlijke prijzen. In de ideale toekomst worden mensen niet meer uitgebuit, omdat we weg zijn uit het fast fashionsysteem waarbij merken en retailers een race to the bottom houden op prijsgebied. Kledingarbeiders kunnen op een normaal tempo produceren in beter beveiligde fabrieken, krijgen een eerlijk loon en hebben steeds meer uitzicht op sociale rechten.’

‘Overheden spelen een actieve rol in die volledige, duurzame transitie. In The Financial Times verscheen een opiniestuk over de herverdeling van rijkdom weer op de beleidsagenda zou moeten staan. Rijkentaks, universeel basisinkomen … Deze zaken kunnen economische verschuivingen teweegbrengen naar een, in mijn ogen, duurzamere en faire wereld.’

Mathilda Tham en Kate Fletcher (academici, auteurs van het Earth Logic Fashion Action Research Plan): ‘Weg met de groeilogica, want daaraan gaat de planeet kapot’

‘We hopen dat de volledige mode-industrie inziet dat deze pandemie een pijnlijke generale repetitie is voor een grotere crisis die eraan komt als we niet veranderen: de klimaatcrisis. Laten we dit zien als een opportuniteit om mode te transformeren, in plaats van terug te keren naar hoe de industrie “normaal” werkt. Dit is onze kans om de aarde op de eerste plaats te zetten en verder te kijken dan economische groeilogica, want aan dat laatste gaat onze planeet kapot.’

Bie Noé (gids en inspirator sustainable fashion tours, B.Right): ‘Laten we beginnen met minder streng te zijn voor onszelf’

‘In tijden van corona is er meer aandacht voor bewustzijn. Je hebt een groep mensen die te veel werk heeft – bijvoorbeeld door thuiswerk met kinderen in huis – maar ook een groep die meer ruimte kreeg. Ruimte om na te denken over het leven dat ze lijden en waar ze uiteindelijk naartoe willen. Ik heb een wardrobe challenge van 30 dagen opgestart en zag vooral mensen uit die laatste groep daaraan deelnemen. In de challenge wou ik mijn kennis van de textielindustrie delen, maar ook meer bewustzijn creëren. Een deel daarvan is mindfulness. We zouden beter wat zachter zijn voor onszelf. Veel mensen, vaak vrouwen, zijn vaak heel streng, bijvoorbeeld voor hun eigen lichaam. Op die onzekerheid teert het hele systeem van modereclame. Heel deze industrie draait rond complexen die ons aangepraat worden en waar bedrijven dan gretig op inspelen. Het is niet realistisch hoe we er zouden moeten uitzien. Als meer mensen dat beseffen, en vanuit een zachtheid vertrekken, dan gaan ze blijer zijn met wat ze hebben. Zo neemt het belang van het materiële af. Hopelijk is deze crisis, en de tijd die we konden nemen om meer met onszelf bezig te zijn, daar een positieve katalysator voor. Ik geloof oprecht dat het fast fashion systeem slechts tijdelijk is. Als we met genoeg consumenten bewuster worden, dan zal de rest volgen.’

Marlese von Broembsen (Law programme director, Women in Informal Employment: Globalizing and Organizing (WIEGO)): ‘Merken dragen bij aan fonds als sociaal vangnet’

‘Merken en retailers moeten beseffen dat ze de arbeidsomstandigheden van kledingarbeiders bepalen, ondanks dat zij strikt genomen niet “hun” werknemers zijn. Als merken kosten en deadlines blijven inkorten, zullen leveranciers nooit een leefbaar loon kunnen uitbetalen. Die verantwoordelijkheid moeten ze nu opnemen. Dit gaat niet enkel op voor kledingarbeiders in fabrieken, maar ook voor andere schakels in de textielketen, zoals de thuiswerkers die vaak instaan voor het afwerken van de kledij. Zij zijn nog meer kwetsbaar tijdens deze crisis. Overheden moeten regionale leefbare lonen afspreken. Merken zouden een afdwingbaar akkoord – vergelijkbaar met het Bangladesh Akkoord – kunnen ondertekenen om een fonds voor sociale zekerheid op te starten voor arbeiders. Elk merk dat afneemt bij leveranciers in landen waar geen sociaal vangnet is, zou moeten bijdragen tot dat fonds.’

Huib Huyse (hoofd van de onderzoeksgroep duurzame ontwikkeling, HIVA-KU Leuven): ‘Tijd voor ambitieuze wetgeving en sociale bescherming’

‘In het beste geval is dit een wake-up call eerst en vooral voor de overheden in de productielanden, en grijpen ze deze crisis aan om meer te investeren in sociale bescherming en toegang tot gezondheidszorg. Betere sociale bescherming is een essentieel onderdeel van de waardig werk agenda en vooruitgang op dit vlak, kan een positieve impact hebben op grote groepen van de samenleving. In dat zelfde scenario voert de EU de plannen door voor ambitieuze due diligence wetgeving en voert dit op een intelligente manier door met aandacht voor de specificiteit van sectoren en bedrijven (groot-klein), en met afstemming met overheden in de productielanden.’

‘Business-as-usual is geen optie want de bestaande aanpak botst op limieten. De rol van consumenten in het afdwingen van betere arbeidsvoorwaarden is belangrijk maar wordt naar mijn aanvoelen zwaar overschat. Zonder wetgevend kader met duidelijke kwaliteitscriteria op het vlak van sociale en ecologische standaarden die aan alle producten worden opgelegd, is het als consument quasi-onmogelijk om in te schatten wat ethische producten zijn en wat niet. Het middenveld kan en moet mistoestanden blijven aanklagen maar ook die strategie wordt pas succesvol als ze zich op een bepaald moment vertaalt naar wetgeving in de productielanden en in Europa. Belgische wetgeving op het vlak van due diligence kan zin hebben, zelfs bij een Europees wetgevend initiatief om de Europese wetgeving sowieso in nationale wetgeving dient omgezet te worden, dan kan België al proactief inspelen op wat er vanuit Europa komt.’

Jonathan Janssens (coördinator Gent Fair Trade): ‘Grote ketens betalen niet, kleine ondernemers zijn wél solidair’

‘Overal ter wereld tonen fast fashion-merken, die hun orders annuleren zonder te betalen, zich van hun lelijkste kant. Op hetzelfde moment pasten hier in Gent verschillende van onze lokale textielproducenten hun productie aan om mondmaskers te produceren. An Boone van Mr. Manchette schonk bijvoorbeeld één aan de lokale gezondheidswerkers per twee verkochte stuks. Deze solidariteitsacties van onze lokale ondernemers mag je niet onderschatten. Niet alleen verliezen ze hun inkomen tijdens deze periode, ook hun productie viel stil, en dat is niet zonder risico. Deze crisis doet velen balanceren op de rand van faillissement, en toch tonen juist zij zich solidair. Het contrast met de bedrijven die miljardenwinsten boekten in de voorbije jaren kan niet groter zijn.’

‘In mijn stoutste gedachten durf ik dan denken: Wel, laten we ons geld en onze energie tijdens en na deze crisis efficiënt benutten, en dat deel van de ondernemers redden die ook effectief een meerwaarde betekenen voor onze maatschappij. Dat zal ons niet enkel weerbaarder maken tijdens mogelijke toekomstige crisissen, het zal ook helpen om ze te voorkomen.’

‘Mijn droombeeld voor een post-corona mode-industrie is dus dat een kledingstuk terug gezichten heeft: die van de ontwerper, de verkoper, de maker… en dat ik als koper van die kleding die gezichten ook ken, bij wijze van spreken. Geen anonieme modereus, dus, en geen lange ontransparante productieketens. Ik geloof oprecht dat mens en milieu daar wel bij zouden varen.’

An Boone (duurzaam ontwerper, Mr. Manchette): ‘Tijd voor reflectie’

‘In mijn best case scenario vertraagt de huidige textielindustrie en nemen alle schakels de tijd om te reflecteren en te kijken wat er anders en beter kan. En dan heb ik het niet enkel over merken en de productieketen, maar ook over consumenten. Een shift naar meer eerlijke en ecologische kleding.’

Asad Rehman (directeur, War On Want): ‘Tijd voor meer solidariteit tussen arbeiders, over de landsgrenzen heen’

‘Kledingarbeiders zijn de verliezers van deze pandemie. Zij waren al arm en zitten nu helemaal in zak en as: hun werkgevers kunnen hen niet betalen, ontslaan hen, zonder vangnet of hulp vanuit de overheid. Dit is het moment om solidair te zijn, met hen, met elkaar. Als we solidariteit tussen arbeiders kunnen aanwakkeren – doorheen de volledige keten, over landsgrenzen heen – en vakbondswerk kunnen aansterken, dan kunnen vakbonden deze crisis ombuigen en zitten arbeiders niet meer aan de verliezende, maar aan de winnende zijde.’

Isolde Delanghe (Mode Unie): ‘Meer fierheid over internationaal geprezen Belgische mode’

‘Ik hoop dat de volledige modeketen inziet dat het huidige model van het grote aantal collecties niet langer houdbaar is. Daardoor worden collecties geleverd wanneer het vorige seizoen nog bezig is. Wintercollecties leveren in augustus en september terwijl de zomerverkoop nog volop aan de gang is: dit kan anders. Ik voel dat merkenfabrikanten en ook ketens nadenken over hun model en ook bereid zijn om hier wat aan te veranderen. Enkele grote namen uit de mode-industrie, zoals Giorgio Armani en Dries Van Noten, riepen al op om het systeem te keren. Deze oproep vindt grote weerklank.’

‘Ook de beweging naar lokaal en Belgisch kopen is nu meer dan ooit ingezet. Consumenten beseffen de waarde van hun lokale modezaak en appreciëren deze meer dan ooit. De overheid heeft hier ook een belangrijke rol in te spelen: wat meer nationalisme mag zeker en vast! Belgische mode is alom gekend en geprezen in het buitenland, het wordt tijd dat de Belg zelf ook terug fier wordt op het grote modeaanbod – in alle segmenten – die we in België te bieden hebben. Laten we het promoten van producten van eigen bodem die verkocht worden in Belgische winkels dus verder stimuleren.’

Aurélie Van de Peer (socioloog, filosoof en schrijver): ‘Dit is de dood van de mode’

‘De voorbije weken hoorde je voor het eerst uit verscheidene bronnen binnen de modesector, waaronder in een open brief voor The Business of Fashion, dat “het aanpassen van de seizoensgebondenheid en de constante stroom van zowel dames- als herenkleding” noodzakelijk is. Vroeger stapten – meestal jonge en onafhankelijke – ontwerpers al vaker uit de ratrace van collecties stapten -uit ecologische overwegingen en omdat de versnelling de doodsteek van creativiteit is. Nu klinkt deze roep luid vanuit het hart van de luxemode. Het idee dat de tijdsstructuur van het modesysteem aan de basis ligt van het leed dat het systeem berokkent aan producenten en consumenten, beweegt zich zo van de marges naar het centrum.’

‘In de oproep dat de tijdsstructuur van de mode op de schop moet, liggen volgens mij ontzettende groeikansen voor een meer humaan modesysteem, voor alle betrokkenen. Mijn academisch onderzoek toont aan dat deze tijdsstructuur dé onderstroom is waar de commerciële motor van de mode op draait. Het modeseizoen en de modekalender ondersteunen het idee dat kleding van het vorige seizoen ouderwets is. Vertraging van het systeem, of nog beter, een geheel andere tijdsstructuur, zal een volledig ander modesysteem kunnen teweegbrengen waar ook plaats is voor ethiek en creativiteit.’

‘Alleen vraag ik mij als filosofe wel af of deze stemmen werkelijk weten waar ze aan beginnen. Ik verwacht dat de afschaffing van de ritmische tijdstructuur zal uitmonden in de “dood van mode”, die zo gebaseerd is op die modekalender. Daarmee bedoel ik niet noodzakelijk de dood van de kledingbusiness. Het verschil is dat de waardeoriëntatie zou verschuiven van “NIEUW! NIEUW! NIEUW!” naar een mogelijk nieuwe horizon voor kleding, waarbij het veel meer kan gaan over creativiteit, esthetiek, schoonheid, duurzaamheid. Het geeft zowel ontwerpers als consumenten meer vrijheid: ontwerpers krijgen de tijd om creatiever te zijn in hun ontwerpproces, consumenten kunnen experimenteren met kleding en identiteit zonder de dictaten die zeggen dat “dit nu de trend is”. Ook daarin zie ik een kans voor meer duurzame kleding. Diep vanbinnen wil iedereen “een goed mens” zijn en anderen geen schade berokkenen. Want, goed nieuws: uit recent Europees onderzoek blijkt opnieuw dat consumenten het liefst duurzaam en ethisch geproduceerde kledij willen kopen.’

Ben Vanpeperstraete (onafhankelijk expert): ‘Meer sociale bescherming, meer zorgplicht’

‘Consumenten gaan meer richting slow fashion. Veel fashion victims hebben na een periode van cold-turkey dat men weinig tot niets konden kopen een evolutie meegemaakt naar less is more. Liever een kleine garderobe met een paar mooie kledingstukken van hoge kwaliteit gemaakt aan hoge sociale en ecologische standaarden. Ontwerpers werken meer op maat. Door te werken met kleinere aantallen, is er meer controle in de keten.’

‘De overheden van productielanden hebben gezien dat hun lage loonstrategie zeer kwetsbaar is, en in de afwezigheid van sociale bescherming ze mogelijks geconfronteerd worden met onrustige arbeiders. Zij nemen stappen om hun sociale bescherming uit te bouwen, mede gefinancierd door de internationale gemeenschap. De overheden van consumptielanden hebben gezien met welk cynisme hun kledingmerken orders gedumpt hebben, en zo de risico’s afgeschoven op de zwakkere fabriekseigenaars. Ze namen beslissende stappen om op EU niveau een zorgplicht voor mensenrechten in te stellen en ook oneerlijke handelspraktijken te verbannen.’

Soraya Wancour (duurzaam ontwerper, Studio AMA): ‘Meer zorg, ook voor wie onze kleren maakt’

‘Zorgen voor elkaar is belangrijk. De mensen die we zien, waarmee we ons omringen, krijgen prioriteit. Er is geen connectie met mensen ver van ons, de mensen die kleren maken voor onze winkelstraten. Wie geen idee heeft hoe waardeketens in elkaar zitten, gaat zich niet aanpassen. Ik ga voor lokaal en kortere ketens: minder gedoe, meer transparantie, meer aankopen die passen bij de ketens die we hebben. Meer zorg. Ik zie dat veel in onze levens nu. Ik hoop dat dat een blijvend karakter kan hebben.’

Niki De Schryver (oprichter COSH): ‘Minder inkopen in de juiste fabrieken’

‘Ik hoop dat de meest onduurzame ketens gaan vallen. Wie al jaren inzet op slavernij en uitbuiting van de planeet voor winstbejag van de aandeelhouders, verdient het nu niet om gered te worden. Tegelijkertijd is het van essentieel belang dat de eerlijke modeindustrie groeit. Want als enkele grote ketens vallen, zal er werkeloosheid ontstaan in de productielanden. Ik hoop dat daar nieuwe ethische merken opstaan die écht waardevolle productie initiatieven opzetten. Hierbij pleit ik voor fabrieken in eigen beheer waarbij merken zelf verantwoordelijkheid nemen voor het personeel die met hen samenwerkt. Wie daarvoor te kleine aantallen heeft, moet op zoek naar de juiste fabrieken. We horen vaak uitvluchten dat grote ketens beweren dat ze geen zeggenschap hebben in fabrieken. Als je zelf niet de grootste bent, voel je je minder verantwoordelijk. Merken moeten fabrieken zoeken die aansluiten met hun productieaantallen. Zodat een merk niet een kleine klant bij die fabriek is, maar wel een grote. Zo kunnen ze echt impact maken.’

‘Ook moeten we afstappen van de seizoenen en kortingen. Weg van het idee dat mode enkele maanden na productie al “oud” is, terug naar een systeem waarbij mode als kunst en ambacht gewaardeerd wordt. De droom is minder inkopen, maar creatiever restylen van wat we hebben. Ook door winkels: stel je voor dat winkels minder inkopen, maar wel resale services aanbieden? Transparantie moet er ook zijn, op niveau van het eindproduct. Dat zou consumenten de mogelijkheid bieden om te bevatten hoeveel werk er kruipt in de ontwikkeling van één kledingstuk.’

‘En als ik echt out of the box zou denken … Waarom geen kledingabonnement? Nu moeten designers en modebedrijven gokken (op basis van algoritmes, maar toch) hoeveel consumenten in de winkels gaan kopen, wanneer ze dat gaan kopen en hoeveel. Mocht elke consument drie favoriete ontwerpers hebben en op voorhand aangeven welke vorm van jurken – lange mouwen of korte mouwen – ze willen, dan kan zo’n bestelling op voorhand bevestigd worden en in het juiste seizoen aangeleverd worden. Ik denk dat dit enorm zou helpen.’

Scott Nova (directeur Worker Rights Consortium): ‘De prijzen moeten nu omhoog’

‘Merken zouden in de toekomst meer moeten betalen om kleding te laten produceren. Zij hebben jarenlang geprofiteerd van gebrekkige overheidsreguleringen in productielanden. Het resultaat daarvan is dat arbeiders niet kunnen terugvallen op sociale bescherming. Merken zijn veel beter uitgerust om deze storm te doorstaan dan hun leveranciers. In de toekomst moet er meer sociale bescherming zijn, zodat arbeiders nooit meer zo kwetsbaar zullen zijn zoals nu. We moeten arbeiders helpen op korte termijn, om de crisis te overleven, maar ook op lange termijn, door structurele hervormingen. Nu is het moment om te gaan voor leefbare lonen.’

Margreet Vrieling (adjunct-directeur, Fair Wear Foundation): ‘Productielanden moeten vanaf nu mee kunnen profiteren’

‘We moeten naar een vorm van zakendoen toe met mensenrechten als ondergrens, niet als paradepaardje. Wij hopen op een herstart van de textielindustrie met waardering voor de mensen die onze kleding maken. In dat scenario voelen zij zich veilig, trots en gerespecteerd. Ze verdienen genoeg om voor hun gezin te kunnen zorgen. Fabrieken zijn winstgevend en trots op de producten van hoge kwaliteit die ze maken. Kledingproducerende landen profiteren van de industrie en kunnen investeren in sociale zekerheid en innovatie. De cultuur van veel kopen, weinig dragen verdwijnt naar de achtergrond. In plaats daarvan verkopen kledingmerken producten die lang gekoesterd worden door hun klanten.’

Marieke Vinck (vertegenwoordiger duurzame merken, agentschap Charlie+Mary): ‘Meer bewust van wie in de keten werkt en wie zijn verantwoordelijkheid nam’

‘In deze crisis werd het ineens duidelijk dat het niet zo “normaal” is dat je iets bestelt en je het de volgende dag in huis hebt. Hierdoor realiseren meer mensen zich dat bij elke stap in het proces arbeiders betrokken zijn: niet enkel mensen die kleding maken, maar ook mensen die de distributie verzorgen.’

‘Fun shopping zit er minder in vanwege de regel dat we anderhalve meter afstand moeten houden. Hiermee hopen we ook dat mensen bewuster gaan kopen, nadenken over wat ze kopen, minder en beter, beter in de zin van duurzaam en eerijk. Daarnaast is er veel gecommuniceerd over de bedrijven die wel hun verantwoordelijkheden namen voor iedereen die werken aan hun collecties door de gehele productie keten, en de bedrijven die dat niet deden. Ik hoop dat consumenten zich hierdoor realiseren dat er grote verschillen zijn tussen merken en bedrijven die zij ondersteunen door daar hun geld aan uit te geven.’

Charles Snoeck (communicatie- en campagneverantwoordelijke, Fairtrade Belgium): ‘Meer aandacht, meer respect, meer bewustzijn’

‘We komen uit een crisisperiode die mensen diep heeft geraakt. Eerst op vlak van gezondheid. Maar daarnaast werden we ook geconfronteerd met ongeziene taferelen in België: een rush naar de supermarkten, gigantische wachtrijen, producten die niet meer beschikbaar waren, en ga zo maar door. Dit heeft zeker gezorgd voor een soort schokeffect. Uit een recente peiling die we uitvoerden blijkt dat de crisis ons heeft doen stilstaan bij de herkomst van onze consumptieproducten, en de menselijkheid van de hele toeleveringsketen. Ineens kwam er meer aandacht en respect voor de mensen die de rekken bleven vullen en de chauffeurs die goederen bleven vervoeren.’

‘Mijn hoop is dat we dit momentum als maatschappij kunnen aangrijpen om ook effectief ons consumptiegedrag aan te passen naar patronen met respect voor mens en milieu. De verantwoordelijkheid ligt uiteraard niet enkel bij de consument. Ook het aanbod aan duurzame producten moet breder en toegankelijker. Daarvoor zullen we ook op engagement moeten rekenen van industrie en politiek.’

Christie Miedema (campagnecoördinator Clean Clothes Campaign): ‘Merken moeten bijdragen aan sociale zekerheid’

‘Deze crisis laat heel duidelijk zien hoe kapot dit systeem is. Niemand neemt zijn verantwoordelijkheid. De meeste merken hebben hun hoofdkwartier in landen waar de sociale zekerheid op orde is. We hopen dat er in de toekomst uiteindelijk een systeem komt waarin merken gaan bijdragen aan de sociale zekerheid van de landen waar ze produceren. Het kan niet dat we niet van deze crisis leren. Voor eens en voor altijd is het duidelijk dat dit geen duurzame manier is om om te gaan met mensen en met ketens.’

Ayesha Barenblat (oprichter Remake): ‘Nu de moed niet opgeven’

‘Elke week spreek ik met vakbondsafgevaardigden over heel de wereld. Zij zijn geen slachtoffers, zoals ze vaak worden voorgesteld. Ze zijn ijzersterke girl bosses: arbeidsters die blijven opkomen voor de rechten van hun collega’s, hoe moeilijk deze periode ook is. En ze geven niet op. Dat geeft mij de hoop om door te gaan. We moeten wel. Als zij de moed niet laten zakken, mogen wij dat ook niet doen.’

‘We kunnen dit moment aangrijpen als een reset voor de kledingindustrie. Business as usual werkt niet, zover zijn we. Wat moet dan wel gebeuren? Een renaissance van vakbondswerk en solidariteit tussen arbeidsgroepen. Nu zitten de vakbonden in zwaar weer. Maar na elke recessie zijn net die groepen er sterker uitgekomen. Ik ben ervan overtuigd dat dat nu niet anders zal zijn. Ik zie steeds jongere vakbonden, met steeds meer vrouwen aan het roer. Dat geeft me hoop. Deze reset is niet te stoppen.’

Deze blog maakt deel uit van een dossier over de impact van COVID-19 op de volledige textielketen. Lees ook mijn stukken voor MO*Knack Weekend en One World.

Lees ook mijn eerdere blog met de visie van o.a. professor duurzame ontwikkeling Bernard Mazijn (UGent): https://ontketening.be/2020/04/18/textielketen-2-0-hoe-moet-het-verder-met-productielanden-na-corona/

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.