Dat de Chinese webshop Shein rommel verkoopt en de planeet vervuilt, is algemeen bekend. Toch kijken onderzoekers met bewondering naar het algoritme achter hun bedrijfsmodel.
“Chinese webshop Shein vindt zichzelf duurzaam (en heeft volgens experts ergens wel een punt)”
Dat was mijn werktitel voor mijn eerste “echte” artikel over Shein (eerdere artikels waar het merk in voorkwam, focusten zich vooral op chemicaliën), dat dit voorjaar verscheen in De Morgen. Wat? Heb ik nu echt een stuk gemaakt dat die rotzooi ophemelde?! Helemaal niet, gelukkig maar.
Maar het was wel met een bang hartje (en de vraag om een betere titel te verzinnen) dat ik het aan mijn redactie. Want zoals professor modemanagement Annick Schramme meldt in het artikel: “Het risico is dat jonge mensen nu lezen dat Shein zich inzet voor duurzaamheid, en lustig blijven verder kopen.”
Voor- en tegenstanders
Hoewel Shein in duurzamemodekringen – geheel terecht, dus – doorgaans als baarlijke duivel aanzien wordt, viel het mij al een tijdje op dat ondernemers met een hart voor zowel mode als technologie, zoals Tessa Wardenburg en Sara Kovic, het opnemen voor de Chinese webwinkel. Toen De Morgen in het najaar voor het eerst vroeg om in mijn pen te kruipen, mailde ik terug dat ik, tot mijn eigen verbazing, ook vóórstanders gevonden had.
Ook die laatste zin heeft nood aan nuance. Voorstanders van ongebreidelde massaconsumptie zijn mijn contacten niet. Maar dat wil niet zeggen dat we zomaar moeten wegkijken, vinden ze.
“Europa is bang wat een model als Shein met onze economie en onze bedrijven kan doen. Bedrijven verstoppen zich achter de negatieve berichtgeving over het merk. Tegelijk kijken ze met een vergrootglas naar wat het doet.” – Sara Kovic
“Hoe Shein tewerkgaat, is natuurlijk verschrikkelijk vervuilend. Maar wat ze doen, is in wezen geniaal. Ze hebben het klassieke proces van kleren maken doorbroken.” – Tessa Wardenburg
Lees het volledige artikel voor De Morgen: https://www.demorgen.be/beter-leven/er-vallen-niet-enkel-lijken-uit-de-kleerkast-van-shein-even-geniaal-als-vervuilend~beb5c3ae/
Kwaliteit en kwantiteit
Een piste die me opviel toen ik veel interviews afnam voor mijn eerste artikel over Shein, was deze uitspraak van professor Annick Schramme:
“Met Shein valt niet te concurreren, al zeker niet op prijs. Daarom valt het mij op dat de meer traditionele fastfashionbedrijven opschuiven naar het middensegment. Ze hanteren niet meer de scherpste prijzen, maar onderzoeken wat hun publiek wil en kan betalen. Niet enkel de prijs, ook de kwaliteit stijgt. Zeker bij Zara is dat al een tijdje aan de gang.”
Huh? Fast fashion en kwaliteit? De wereld op zijn kop?
Intussen vindt de consument bij merken van Inditex en H&M Group leren en wollen jassen van wel 1.000 euro, terwijl ketens als Zara en HM traditioneel mikken op consumenten met een minder hoog budget. “Je zou kunnen denken dat ze hun doelgroep uit het oog verliezen, maar er is meer aan de hand”, zegt Schramme. “Om op te kunnen tegen de concurrentie uit China, willen ze diversifiëren en testen ze tot hoever ze hun publiek meekrijgen.” Zo mag het bij het H&M-zusterbedrijf COS al eens wat meer kosten, merkt Schramme.
Ook de Belgische modescene voelt de bui hangen. Het was een teken aan de wand dat het mode-event Fashion Talks, dat plaatsvond in de Arenbergschouwburg in Antwerpen, retailanalist en China-specialist Ed Sander op de aanwezige modeontwerpers losliet – een “niet bepaald modieuze” Nederlander, zoals hij zichzelf noemt, die zich richt op cijfers en verkoopstrategieën.
“Hoe is het zover kunnen komen?” vroeg Sander zich tijdens zijn keynote af. “Waar komen die webshops vandaan?”
Lees het volledige artikel voor Trends: https://trends.knack.be/nieuws/macro-economie-beleid/is-de-bodemprijs-voor-kleding-bereikt-chinese-webshops-als-shein-duwen-europese-modegiganten-naar-meer-kwaliteit/