H&M-arbeidster Shumi: ‘Ik verdien zo weinig dat ik mijn zoontje moet wegsturen’

Amper 19 is Shumi, een van de 1350 arbeiders die in H&M-fabriek Pimkie Apparels Ltd werkt. H&M zelf geeft de fabriek een gouden score, de op een na hoogste ranking op hun transparante lijst met leveranciers. Shumi vertelt een ander verhaal.

Shumi: ‘Ik ben in de textielindustrie begonnen toen ik nog minderjarig was. Intussen werk ik vijf jaar in de sector, waarvan twee jaar bij Pimkie Apparels Ltd.’

‘Elke ochtend sta ik op om 6 uur en begin ik te werken om 8 uur. Ik werk door tot onze middagpauze, die valt pas om 13.30 uur. Daarna werk ik verder. Soms kan ik stoppen om 19 uur, maar meestal maak ik overuren, vaak tot 22 uur ’s avonds.’

‘Ik moet mijn werk zien af te krijgen. De druk is enorm. Per uur moet ik 200 naden in broeken stikken, iets meer dan drie per minuut. Als we dat niet halen, krijgen we verwijten naar ons hoofd geslingerd. De bazen roepen zo luid, dat wij ons diep schamen.’

Enige kostwinner

‘Elke maand verdien ik 7000 taka, oftwel 70 euro. Als ik lang overwerk, kan ik tot 30 euro per maand extra verdienen. Dan komt mijn wedde in totaal op 100 euro per maand.’

‘Dat extra geld van mijn overuren heb ik nodig. Ik ben de enige kostwinner. Mijn man, met wie ik 4 jaar getrouwd ben, werkte ook in de textielindustrie. Hij is zijn job kwijtgeraakt toen zijn fabriek werd gesloten. Ik weet niet goed hoe het komt dat de fabriek moest sluiten. Het enige wat ik weet is dat het een huurpand was, misschien heeft het daar iets mee te maken?’

‘Zonder het inkomen van mijn man redden we het haast niet. We hebben een zoontje van 3 waar we voor moeten zorgen. Maar hoe kunnen we dat doen? De huur en elektriciteit alleen al kost 40 euro per maand. We leven nochtans in een kleine kamer in de slums. Een bed en een kookvuur, meer hebben we niet.’

‘In totaal heb ik minstens 80 of 90 euro per maand nodig om te overleven. Als iemand in ons gezin ziek wordt, is dat geld op, want medicatie kost rond de 6 euro. Sparen zit er al zeker niet in.’

Zonder zoontje

‘Ik heb veel dromen, maar ik mag er niet vanuit gaan dat die werkelijkheid zullen worden. Daarvoor verdien ik veel te weinig. Mijn grote droom is om mijn zoontje naar school te sturen. Daar denk ik continu aan, hoe ga ik dat doen?’

‘Mijn zoon is een deugeniet. Het is een speelvogel, gewoon binnenzitten is niks voor hem. Hij wil naar buiten, maar Dhaka is een drukke stad.’

‘Hier kan niemand voor mijn zoontje zorgen. Ik vrees dat ik hem binnenkort zal moeten wegsturen. Naar het platteland, terug naar Sherpur, de provincie waar mijn man en ik oorspronkelijk vandaan komen. Naar mijn moeder.’

‘Mama zorgt ook al voor het zoontje van mijn zus, die net als ik in de textielindustrie werkt. Ik weet dat hij veilig en wel zou zijn in mijn geboortedorp. Maar mijn moederhart breekt als ik eraan denk dat ik hem zou moeten afgeven. Ik weet dat ik die beslissing moet maken, maar ik weet ook dat ik er heel erg onder zal lijden.’

Campaign launch: Turn around, H&M!

Turn around, H&M!

De getuigenis van Shumi verscheen eerder gedeeltelijk op de website van Schone Kleren Campagne. Die voert campagne om merken zoals H&M op hun verantwoordelijkheid te wijzen.

In 2015 interviewde ik Anna Gedda, duurzaamheidsmanager van H&M, voor MO*. Dit zei ze over Rana Plaza: ‘Het belangrijkste is dat zo’n ramp nooit meer voorvalt. Wij wilden daarom het goede voorbeeld geven aan andere merken, ook op het vlak van eerlijke lonen. Zelf betalen wij de arbeiders 6500 taka (79 euro), wat 1200 taka meer is dan het wettelijke minimumloon. Arbeiders van drie verschillende fabrieken getuigden dat hun loon momenteel genoeg is om in hun basisbehoeften te voorzien.’

Op 11 december 2018 presenteerde het merk in Phnom Penh (Cambodja) de resultaten van hun “Stappenplan naar een eerlijk leefbaar loon”. Volgens Schone Kleren Campagne is H&M zijn beloftes niet nagekomen.

‘H&M beloofde in 2013 dat 850.000 werknemers die H&M kleding naaien een leefbaar loon zouden verdienen tegen 2018’, klinkt het. ‘Een recent gepubliceerd onderzoek van de Schone Kleren Campagne toont aan dat de resultaten mager zijn. Geïnterviewde werknemers in India en Turkije verdienen een derde en in Cambodja minder dan de helft van het geschatte leefbaar loon. In Bulgarije bedraagt het loon nog geen 10% van wat nodig is voor werknemers en hun families om een waardig leven te hebben. Waar het loon toenam, is dat vooral te danken aan een toename van het wettelijke minimumloon. En dus niet aan de inspanningen van H&M.’

‘Wat leveranciers bovenop het minimumloon betalen is niet toegenomen, en in sommige gevallen zelfs afgenomen. H&M houdt in zijn cijfers bovendien  geen rekening met inflatie. Houden we hier wel rekening mee, dan zijn de lonen veel minder sterk toegenomen. In India namen ze zelfs af. Als de lonen stijgen aan hetzelfde tempo, dan bereiken ze in India en Bangladesh nooit een leefbaar loon, en zal het in Cambodja nog 20 jaar duren.’

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *